In de aanloop naar mijn columnreeks Voetballessen zijn levenslessen, sprak ik met van alles en nog wat uit de voetbalwereld. Op mijn vraag: “Heeft voetbal jou gevormd als persoon?” kreeg ik steevast een volmondig ja, gevolgd door verhalen die zo persoonlijk en inspirerend waren dat ik me afvroeg waarom ze niet allang een eigen Netflix‑docu hadden.
Het meest opvallende verhaal kwam van een trainer die beweerde dat hij dankzij voetbal een soort verkeers‑ninja is geworden:
“In een drukke Kalverstraat slalom ik langs elke shopper alsof ik meedoe aan het WK snelwandelen. In de Amsterdamse ochtendspits trek ik sneller op dan Pogačar in de Tour! En Max Verstappen? Die kan nog wat van me leren als het gaat om slim rijden door de stad. Let op: ik rijd niet hard, ik rijd slim!”
Ik hing aan zijn lippen en kreeg een kramp in mijn arm van het kopje koffie dat ik al minutenlang in de lucht hield zonder er één slok van te nemen. Mijn fantasie sloeg op hol: als dat zo werkt, dan zouden vliegeraars fantastische piloten zijn en grensrechters uitstekende verkeersregelaars. Alle gekheid op een stokje — ik wist precies wat hij bedoelde. Ik voel het zelf al jaren. De enige reden dat ik het nooit hardop zei, was de angst om meteen voor volslagen gek te worden verklaard. Gelukkig was mijn gesprekspartner net gek genoeg om het wél uit te spreken.
Inmiddels had ik koffie gemorst op zijn mobiel, maar hij ging onverstoorbaar en vol vuur verder:
“Dat komt allemaal door het spelletje, snap je? Hoofd omhoog, overzicht houden, spelletje lezen, situaties herkennen, ruimte zien, vooruitdenken, doorbewegen… De basics op het veld, de overlevingstactiek op de A1.”
Mijn columnreeks zal natuurlijk geen voorbereiding op het rijexamen zijn, maar het idee dat voetbal je zelfs in de spits kan helpen, vond ik zó heerlijk waar en absurd tegelijk dat het me alleen maar meer motiveerde om te schrijven over voetbal als levensschool.
En daarmee… is de aftrap genomen.