De coach als spiegel (en soms als clown, psycholoog of verkeersregelaar)
Een negatieve coach heeft meestal maar één gezicht: het oordelende. Altijd kritisch. Altijd mopperend. Alsof hij auditie doet voor een rol als boze buurman in een kinderserie.
Een positieve coach? Die heeft er minstens vier. Hij is motiverend, luisterend, corrigerend, ondersteunend. Niet omdat hij last heeft van een identiteitscrisis, maar omdat hij zich aanpast aan het kind. En dat is precies de bedoeling.
Want coachen is geen eenheidsworst. Het is eerder een lopend buffet. Elk kind pikt eruit wat hij nodig heeft. De een wil een schop onder z’n kont (figuurlijk, hè).
De ander wil een knikje, een glimlach, of gewoon iemand die zegt: “Je mag er zijn, ook al schoot je die bal net richting parkeerplaats.”
Soms ben je als coach een motivator. Soms een luisterend oor. Soms een verkeersregelaar met fluitje en stress.
En soms — laten we eerlijk zijn — gewoon een clown die probeert de boel bij elkaar te houden met humor en positiviteit.
De kunst is niet om altijd hetzelfde te doen. De kunst is om te weten: wie heeft wat nodig, en wanneer? En dan precies dát geven. Met een beetje flair. En af en toe een grapje.
Een goede coach houd je een spiegel voor waarin je steeds mooier wordt.